Gezondheidseffecten van borstvoeding

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat borstvoeding op korte en lange termijn de gezondheid van zowel de moeder als haar kind optimaal ondersteunt. Met andere woorden: het niet geven van borstvoeding brengt (gezondheids)risico’s met zich mee. Dit komt naar voren uit meerdere systematische reviews en meta-analyses.

Infectieziekten
Het is wetenschappelijk aangetoond dat er een relatie is tussen het krijgen van kunstmatige zuigelingenvoeding en het vaker voorkomen van infecties aan het maag-darmkanaal1;2 en middenoorontsteking bij kinderen1;2;3.

Astma
Het is aannemelijk dat er een relatie bestaat tussen het krijgen van kunstmatige zuigelingenvoeding en het vaker voorkomen van astma1;2;3 en allergie bij kinderen1;2. De meeste prospectieve onderzoeken laten zien dat het gunstig is als een moeder haar baby tenminste de eerste drie tot vier maanden van zijn leven uitsluitend borstvoeding geeft. Dit geldt vooral voor kinderen met een erfelijke aanleg voor allergische reacties (atopische constitutie). Zes maanden uitsluitend borstvoeding geven of langer zou geen aantoonbaar sterker beschermend effect hebben1.

Ontwikkeling
Borstvoeding bevordert de optimale cognitieve en motorische ontwikkeling van kinderen1;4;5. Kunstgevoede kinderen scoren op vijfjarige leeftijd gemiddeld drie tot vijf punten lager bij een IQ-test en hebben gemiddeld iets slechtere schoolresultaten2;5 dan kinderen die borstvoeding kregen. Dit beïnvloedt de kwaliteit van leven en het psychosociaal functioneren op volwassen leeftijd.
Enkele studies vonden weinig of geen bewijs voor een verband tussen borstvoeding en cognitieve ontwikkeling3.

Overgewicht
Borstvoeding beschermt tegen overgewicht en obesitas. Verschillende studies laten zien dat de frequentie van obesitas hoger is onder niet-borstgevoede kinderen 1;2;3;5;6;7.
De statistische resultaten tonen een beschermend effect van borstvoeding 5. Schoolkinderen blijken dikker te zijn naarmate ze korter borstvoeding kregen5.
Het lijkt dus voor de primaire preventie van obesitas van belang om langdurige borstvoeding van zuigelingen en jonge kinderen te stimuleren.

Metabool syndroom
Borstvoeding biedt mogelijkheden voor de primaire preventie van alle facetten van metabool syndroom. Dat is een stofwisselingsaandoening met onder andere de volgende kenmerken.

  • Hypertensie (hoge bloeddruk): Kunstmatige zuigelingenvoeding heeft een verhogend effect op de bloeddruk van een kind1;5. Er zijn studies die geen verschil kunnen aantonen tussen de bloeddruk bij volwassenen die als kind borstvoeding hebben gehad en volwassenen die als kind kunstvoeding kregen7.
  • Hoog cholesterol: Borstvoeding bevat meer cholesterol dan kunstmatige zuigelingenvoeding. Onderzoek laat zien dat volwassenen die als kind exclusief borstvoeding hebben gekregen, als volwassene een lager cholesterolgehalte hebben dan volwassenen die als kind kunstmatige zuigelingenvoeding kregen2;5;8. Tot nu toe is niet aangetoond dat de cholesterolstijging als gevolg van kunstmatige zuigelingenvoeding ook het risico op cardiovasculaire ziekten verhoogt8;9.
  • Type 2 diabetes: Biochemici geven twee mogelijke verklaringen voor de beschermende werking van borstvoeding op het ontstaan van type 2 diabetes op latere leeftijd. De eerste verklaring berust op de gunstige concentratie van 'lange keten meervoudige onverzadigde vetzuren' in borstvoeding die beschermen tegen insulineresistentie. Het tweede mechanisme berust op de hogere insuline- en neurotensinespiegels bij kunstgevoede kinderen in vergelijking met zuigelingen die borstvoeding krijgen.

In het algemeen wordt een gezonde leefstijl geadviseerd om metabool syndroom te voorkomen.  De resultaten die dat oplevert, zijn goed vergelijkbaar met de gunstige effecten van borstvoeding.

Gezondheidsaspecten voor de moeder
Er is wetenschappelijk bewijs voor de relatie tussen het niet geven van borstvoeding en het risico bij deze vrouwen op het ontwikkelen van reumatoïde artritis1;2. Mogelijk lopen deze moeders ook meer risico op pre-menopauzale borstkanker en eierstokkanker3.
Oxytocine stimuleert de baarmoeder om samen te trekken en heeft bijzonder gunstige effecten op het lichamelijk herstel na de bevalling en op de stressregulatie.

Moeder-kindbinding
De binding tussen moeder en kind bestaat uit twee elementen: hechting en ‘bonding’.
De hechting van een kind aan een primaire verzorger, meestal de moeder, ontstaat doordat het kind signalen afgeeft om de verzorger naar zich toe te trekken (nabijheid). Dat kan bijvoorbeeld gaan om het maken van geluidjes of huilen. Wanneer het kind wordt gevoed, leert het dat de moeder vastzit aan de voedingsbron (herkenning). De mate waarin een baby zich hecht aan zijn moeder en andere belangrijke personen in zijn omgeving, is bepalend voor de manier waarop hij de rest van zijn leven relaties met anderen aangaat10.
'Bonding', de band die de moeder opbouwt met haar baby, vindt al plaats tijdens de zwangerschap en ontwikkelt zich verder tijdens het eerste levensjaar en uiteraard ook daarna11.
Veel vrouwen zien het opbouwen van een goede band met hun kind als de belangrijkste reden om borstvoeding te geven 11. Dierstudies hebben uitgewezen dat de hormonen die zijn betrokken bij het geven van borstvoeding (onder andere oxytocine en prolactine) moederlijk gedrag bevorderen en leiden tot sensitieve interacties tussen moeder en kind11.
Uit een review11 blijkt dat er bij mensen nog onvoldoende empirisch bewijs is voor een verband tussen borstvoeding en de relatie tussen moeder en kind. In de meeste onderzoeken gaven vrouwen te kort borstvoeding om te kunnen beoordelen in hoeverre borstvoeding leidt tot een betere kwaliteit van deze band; het hechtingsproces was in deze situaties nog in volle ontwikkeling.

Milieucontaminanten in moedermelk
In onze samenleving worden mensen aan allerlei milieuvervuilende stoffen (contaminanten) blootgesteld. Dat gebeurt doorgaans via voedsel en soms speelt inhalatie een rol. Sommige contaminanten gaan, net als medicijnen, deels over in  de moedermelk. Voorbeelden daarvan zijn POP’s (Persistent Organic Pollutants), PCB’s (polychloorbifenylen), dioxines, broombrandvertragers en zware metalen (kwik, lood, cadmium). Er zijn aanwijzingen dat blootstelling aan contaminanten tijdens de borstvoeding een negatieve invloed heeft op de latere motorische en cognitieve ontwikkeling van het kind, de borstontwikkeling en de werking van de alvleesklier12;13;14;15;16;17;18. Desondanks dienen moeders het advies te krijgen om borstvoeding te geven. De risico’s van kunstmatige zuigelingenvoeding zijn groter dan de mogelijk nadelige effecten van blootstelling aan milieucontaminanten. Bovendien zijn de gehaltes en dus de blootstelling aan contaminanten als PCB’s en dioxines afgenomen als gevolg van milieumaatregelen.

Individuele versus volksgezondheidseffecten van borstvoeding en kunstmatige zuigelingenvoeding
Voor een individu kunnen de gezondheidseffecten onzichtbaar lijken. De vergelijking met andere leefstijlinterventies maakt echter duidelijk hoe belangrijk zelfs kleine individuele verschillen voor de volksgezondheid zijn.

Literatuur
  1. Büchner FL, Hoekstra J, Rossum van CTM. Health gain and economic evaluation of breastfeeding policies: model simulation. Bilthoven: RIVM; 2007.
  2. Thijs C, Kools EJ, Reijneveld SA. Gezondheidseffecten van borstvoeding. Tijdschr Gezondheidswetenschappen 2006; 84:223-230.
  3. Ip S, Chung M, Raman G, Trikalinos TA, Lau J. A summary of the Agency for Healthcare Research and Quality's evidence report on breastfeeding in developed countries. Breastfeed Med 2009; 4 Suppl 1:S17-S30.
  4. Anderson JW, Johnstone BM, Remley DT. Breast-feeding and cognitive development: a meta-analysis. Am J Clin Nutr 1999; 70(4):525-535.
  5. Horta BL, Bahl R, Martines JC, Victoria CG. Evidence on the long-term effects of breastfeeding: systematic review and meta-analyses. Geneva: World Health Organization; 2007.
  6. Harder T, Bergmann R, Kallischnigg G, Plagemann A. Duration of breastfeeding and risk of overweight: a meta-analysis. Am J Epidemiol 2005; 162(5):397-403.
  7. Parikh NI, Hwang SJ, Ingelsson E, Benjamin EJ, Fox CS, Vasan RS et al. Breastfeeding in infancy and adult cardiovascular disease risk factors. Am J Med 2009; 122(7):656-663.
  8. Martin RM, Smith GD. Does having been breastfed in infancy influence lipid profile in later life? In: Koletzko B, et al, editors. Early nutrition programming and health outcomes in later life obesity and beyond. Dordrecht: Springer; 2009.
  9. Owen CG, Whincup PH, Kaye SJ, Martin RM, Davey SG, Cook DG et al. Does initial breastfeeding lead to lower blood cholesterol in adult life? A quantitative review of the evidence. Am J Clin Nutr 2008; 88(2):305-314.
  10. Bowlby J. Attachment and loss. New York: Basic Books; 1982.
  11. Jansen J, Weerth de C, Riksen-Walraven JM. Breastfeeding and the mother-infant relationship: a review. Developmental Rev 2002; 28(4):503-521.
  12. Bistrup ML ea. Acta Paediatrica Environmental Health Supplement 453, 5-119. 2010. 
Ref Type: Journal (Full)
  13. Lanting CI, Patandin S, Fidler V, Weisglas-Kuperus N, Sauer PJ, Boersma ER et al. Neurological condition in 42-month-old children in relation to pre- and postnatal exposure to polychlorinated biphenyls and dioxins. Early Hum Dev 1998; 50(3):283-292.
  14. Leijs MM, Koppe JG, Olie K, van Aalderen WM, Voogt P, Vulsma T et al. Delayed initiation of breast development in girls with higher prenatal dioxin exposure; a longitudinal cohort study. Chemosphere 2008; 73(6):999-1004.
  15. Meijer L, Weiss J, Van VM, Brouwer A, Bergman A, Sauer PJ. Serum concentrations of neutral and phenolic organohalogens in pregnant women and some of their infants in The Netherlands. Environ Sci Technol 2008; 42(9):3428-3433.
  16. Patandin S, Lanting CI, Mulder PG, Boersma ER, Sauer PJ, Weisglas-Kuperus N. Effects of environmental exposure to polychlorinated biphenyls and dioxins on cognitive abilities in Dutch children at 42 months of age. J Pediatr 1999; 134(1):33-41.
  17. Schaefer C. Industrial chemicals and environmental contaminants. In: Schaefer C, Peters P, Miller RK, editors. Drugs during pregnancy and lactation: treatment options and risk assessment 2nd ed. London: Academic Press; 2007. 810-826.
  18. Smink A, Ribas-Fito N, Garcia R, Torrent M, Mendez MA, Grimalt JO et al. Exposure to hexachlorobenzene during pregnancy increases the risk of overweight in children aged 6 years. Acta Paediatr 2008; 97(10):1465-1469.
Deel deze pagina

Geef uw mening

Zo weten wij vanuit welk perspectief uw feedback komt.
Order
Gebruik dit veld om uw mening te onderbouwen.
Gebruik dit veld om uw mening weer te geven. Uw inzending wordt zorgvuldig behandeld en in eerste instantie niet gepubliceerd. Op het moment dat er veel gereageerd wordt op een onderwerp, dan starten wij een openbare discussie.
Bijlage
Files must be less than 8 MB.
Allowed file types: txt doc pdf xls ppt rtf jpg jpeg gif png.

Vertical Tabs

* Verplichte velden
Uw privacy

© 2011, Multidisciplinaire Richtlijn Borstvoeding.  Over deze site  |  Uw privacy

Creatie: puur!fct   Realisatie: Joy Group