Downsyndroom

Advies

Kinderen met Downsyndroom hebben een zwakkere lichamelijke conditie dan andere kinderen en hun moeders zijn emotioneel zwaarder belast. Daarom verdienen moeder en kind extra aandacht en begeleiding bij het geven en krijgen van borstvoeding.

Advisering    

  • Bied een moeder met een kind met Downsyndroom standaard een lactatiekundig consult voor extra begeleiding en ondersteuning bij borstvoeding.
  • Adviseer de moeder haar baby frequente voedingen te geven van maximaal 30 minuten. Wijs de ouders erop dat een kind met Downsyndroom niet altijd duidelijk aangeeft wanneer hij honger heeft of klaar is met drinken.

Overige overwegingen bij de advisering

  • Het krijgen van borstvoeding stimuleert de ontwikkeling van de mondmotoriek. Dit geldt ook voor kinderen met Downsyndroom. Er wordt van uitgegaan dat drinken uit een fles onvoldoende stimulatie geeft voor een goede ontwikkeling van de mondmotoriek.
  • Er zijn geen aanwijzingen dat kinderen met Downsyndroom beter drinken uit de fles dan uit de borst.
  • Het is raadzaam ouders te informeren over de Stichting Downsyndroom : http://www.downsyndroom.nl/home.
  • Depressie en onzekerheid komen veel voor onder moeders na de geboorte van een kind met Downsyndroom. Veel vrouwen starten niet met borstvoeding of stoppen snel, omdat ze zichzelf daarvoor te moe of te depressief voelen. Omdat bekend is dat professionele begeleiding van moeders tijdens de eerste weken na de geboorte leidt tot een hogere prevalentie van borstvoeding, moeten moeders van een kind met Downsyndroom extra begeleiding krijgen. Dit houdt in dat deze moeders standaard zo snel mogelijk postpartum een consult met de lactatiekundige aangeboden krijgen.
  • Gedacht wordt dat baby’s met Downsyndroom minder goed aangeven wanneer ze honger hebben en wanneer ze klaar zijn met drinken. Hierdoor is het mogelijk dat met ‘voeden op verzoek’ de frequentie van het geven van borstvoeding niet voldoende is. Regelmatig aanleggen is nodig, ook als de baby geen voedingssignalen geeft. Om voldoende rust te creëren en oververmoeidheid te voorkomen, is het wenselijk de voedingsduur te beperken tot maximaal een half uur.
Toelichting

Kinderen met Downsyndroom hebben een zwakkere lichamelijke conditie dan andere kinderen. Ook verloopt hun cognitieve en motorische ontwikkeling vertraagd. De moeders van deze kinderen  zijn emotioneel zwaarder belast dan andere moeders. Om deze redenen verdienen zij extra begeleiding bij het geven van borstvoeding. Ook voor Down-kinderen is het omwille van hun gezondheid en ontwikkeling van belang dat zij gedurende geruime tijd borstvoeding krijgen.

Downsyndroom is één van de meest voorkomende chromosomale aandoeningen in Nederland. Per jaar worden ongeveer 300 kinderen met Downsyndroom geboren1. Kinderen met Downsyndroom hebben een vertraagde cognitieve en motorische ontwikkeling. Hierdoor verloopt het geven van borstvoeding aan deze kinderen anders dan bij kinderen zonder deze aandoening. Vanwege de specifieke eigenschappen  is borstvoeding net als voor andere kinderen ook voor kinderen met Downsyndroom de norm. Borstvoeding bevordert onder andere de hechting tussen moeder en kind en stimuleert de ontwikkeling van de mondmotoriek2. Bovendien ontbreken bij kunstmatige zuigelingenvoeding de bestanddelen die de hersenontwikkeling stimuleren en bescherming bieden tegen (luchtweg)infecties2.

Problemen
Een baby met Downsyndroom heeft meestal een lagere spierspanning, waardoor de zoek-, hap- en zuigreflex zwak kunnen zijn of zelfs ontbreken. Bovendien hebben deze kinderen vaak een grote tong, komen aangeboren hartafwijkingen meer voor en hebben ze dikwijls een moeizame ademhaling. Dit maakt dat kinderen met Downsyndroom meestal niet krachtig kunnen zuigen, zich gemakkelijker verslikken, sneller vermoeid zijn, minder goed groeien en meestal meer tijd nodig hebben om goed te leren drinken. Dit geldt zowel voor drinken uit de borst als voor drinken uit een fles.

Wetenschappelijk onderzoek
Een Nederlands onderzoek1 naar de incidentie van borstvoeding vanaf de geboorte bij kinderen in Nederland vond een significant verschil: 48% van de kinderen met Downsyndroom kreeg borstvoeding, tegen 78% van de kinderen in de algemene populatie.
Ook in een onderzoeksgroep van 560 kinderen met Downsyndroom in Italië werd aangetoond dat kinderen met Downsyndroom minder vaak borstvoeding kregen dan kinderen zonder Downsyndroom3. Van de kinderen met Downsyndroom kreeg 43% borstvoeding en van de kinderen zonder deze aandoening 85%. De gemiddelde duur van de borstvoeding verschilde ook significant: 54 dagen bij de kinderen met Downsyndroom en 164 dagen bij de andere kinderen. De pasgeborenen met Downsyndroom die waren opgenomen op een neonatologieafdeling kregen minder vaak borstvoeding dan de pasgeborenen met Downsyndroom die niet werden opgenomen: 30% tegenover 54,6%. Pasgeborenen met Downsyndroom die niet werden opgenomen, kregen echter minder vaak borstvoeding dan baby’s zonder Downsyndroom.

Volgens moeders zijn de belangrijkste redenen om geen borstvoeding te geven aan kinderen met Downsyndroom3:

  • ziekte van de baby;
  • teleurstelling of depressie bij de moeder;
  • angst voor een tekort aan moedermelk;
  • zuigproblemen bij de baby.


Andere redenen waarom kinderen met Downsyndroom minder vaak borstvoeding krijgen zijn3:

  • opname in het ziekenhuis, waardoor moeder en kind worden gescheiden en medische
    interventies het geven van borstvoeding belemmeren;
  • een vaak laag geboortegewicht;
  • zwakke mondmotoriek;
  • lage spierspanning.

Uit onderzoek blijkt dat baby’s met Downsyndroom gemiddeld genomen succesvol borstvoeding kunnen krijgen. Wel is er vaak sprake van voedingsproblemen, zoals een zwakke zuig- en zoekreflex4. De onderzoekers vonden ook dat meer Down-baby’s met een ernstige hartafwijking problemen hadden met drinken, zowel aan de borst als uit de fles.
Veel kinderen met Downsyndroom hebben onder andere anatomische en neuromotorische afwijkingen in het mondgebied, waardoor ze meer voedingsproblemen hebben5. Zij hebben een verminderde coördinatie, zoals een lagere spierspanning, verminderde controle over de tong en open-mondgedrag.

Verantwoordelijke zorgverleners
De begeleiding van borstvoeding bij kinderen met Downsyndroom behoort tot het domein van de volgende zorgverleners:

  • diëtisten;
  • huisartsen;
  • jeugdgezondheidszorg;
  • kinderartsen;
  • kraamverzorgenden;
  • lactatiekundigen;
  • logopedisten;
  • verloskundigen;
  • verpleegkundigen.
Literatuur

Conclusies uit de literatuur

Kinderen met Downsyndroom krijgen minder vaak borstvoeding dan kinderen zonder Downsyndroom1;3;6. Niveau 2
Kinderen met Downsyndroom hebben een verminderde neuromotorische coördinatie die het effectief gebruik van de mondmotoriek belemmert4;5. Niveau 3

Referenties

  1. Weijerman ME, van Furth AM, Vonk NA, van Wouwe JP, Broers CJ, Gemke RJ. Prevalence, neonatal characteristics, and first-year mortality of Down syndrome: a national study. J Pediatr 2008; 152(1):15-19.
  2. Anten EJ, Oudesluys HM, Semmekrot BA, Wouwe van JP. Een professionele kijk op borstvoeding. Assen: Van Gorcum; 2010.
  3. Pisacane A, Toscano E, Pirri I, Continisio P, Andria G, Zoli B et al. Down syndrome and breastfeeding. Acta Paediatr 2003; 92(12):1479-1481.
  4. Aumonier ME, Cunningham CC. Breast feeding in infants with Down's syndrome. Child Care Health Dev 1983; 9(5):247-255.
  5. Cooper-Brown L, Copeland S, Dailey S, Downey D, Petersen MC, Stimson C et al. Feeding and swallowing dysfunction in genetic syndromes. Dev Disabil Res Rev 2008; 14(2):147-157.
Discussie

Wat willen we nog meer weten?
De effecten van een late introductie(na zes maanden) van vast voedsel op de ontwikkeling van de mondmotoriek en de algehele conditie van het kind zijn onvoldoende bekend.

Deel deze pagina

Geef uw mening

Zo weten wij vanuit welk perspectief uw feedback komt.
Order
Gebruik dit veld om uw mening te onderbouwen.
Gebruik dit veld om uw mening weer te geven. Uw inzending wordt zorgvuldig behandeld en in eerste instantie niet gepubliceerd. Op het moment dat er veel gereageerd wordt op een onderwerp, dan starten wij een openbare discussie.
Bijlage
Files must be less than 8 MB.
Allowed file types: txt doc pdf xls ppt rtf jpg jpeg gif png.

Vertical Tabs

* Verplichte velden
Uw privacy

© 2011, Multidisciplinaire Richtlijn Borstvoeding.  Over deze site  |  Uw privacy

Creatie: puur!fct   Realisatie: Joy Group